In 26 jaar kan er veel veranderen. De eigenaars van een chambre d’hôte gaan met pensioen (Georges en Babette van Le Mas des Vignes in Rochegude), de eigenares krijgt hernia en moet stoppen (Mas de la Fontaine, Vacqueyras), de echtelieden gaan uit elkaar (La Contea in Neive, Piemonte; Mas des Abricotiers, Ventoux) of het gebouw krijgt een iets andere bestemming (Castello di Novello, Piemonte). Met één hotel, aan de kust in Portugal, ben ik gestopt omdat ik bang was dat het in zee zou storten, met klif en al … Deze adresjes ben ik kwijt en ik denk er met enige weemoed aan terug. Gelukkig zijn er ruim voldoende over.
Eigenlijk kan ik helemaal niet kiezen. Châteauvert van de zeventigers Christian en Josiane Tortel, dat stoere, verstilde Provençaalse kasteeltje met zijn hoektorens en zijn vijf hoge kasteelkamers? De statige B&B in het uitbundige groen net buiten Sintra, Portugal, met dat prachtige zwembad? De perfecte chambre d’hôte onderaan adelaarsnest Séguret? Het Hofgut/ wijngoed in de Pfalz met zijn mooie binnenplaats, restaurant in een oude burcht en ideale wandelmogelijkheden? Het fijne hotel-wijngoed in Kaltern, Alto Adige, met zijn panoramische uitzicht over wijngaarden en Dolomieten en een binnen- en buitenzwembad? De stijlvolle villa in de Haspengouw met zijn onovertroffen ontbijt, schitterende kamers, weelderige tuin en minizwembad?
Het zou jammer zijn als ik nu enthousiast over iets ga schrijven waar je niet meer mee naartoe kunt. Laat ik Villa Copis nemen.
Haspengouw, had je er ooit van gehoord? Ik (ook) niet. Maar het is een van de zes officiële Belgische wijngebieden. Alle zes hebben ze de BOB-kwalificatie, vergelijkbaar met de Franse AOC ofwel AOP. Een 7e, niet streekgebonden BOB hebben de Belgen voor hun mousserende wijnen. In dit interessante wijnland om de hoek moest ik een mooi gebied vinden. Het werd Haspengouw. Helemaal duidelijk was dat toen ik Villa Copis ontdekte.
Villa Copis is Vlaams erfgoed, het is gebouwd in de 19e eeuw. Een klein charme-hotel van acht kamers opgetrokken uit rode baksteen en met een leistenen dak. Achter het statige huis van drie verdiepingen, in het verlengde van het terras, bevindt zich een diepe tuin met een klein natuurzwembad.
De villa ligt aan de rand van Borgloon, een mooi Vlaams stadje met gebouwen die getuigen van de rijke historie. Het bezit een stroopfabriek, de Sint Odulphuskerk, een schitterend gelegen wijngaard en vele goede eettentjes en gezellige terrassen.
Wat is er nou zo bijzonder aan Villa Copis? Ik denk dat ik erop val omdat het enerzijds stijlvol, maar anderzijds zo huiselijk is. Eigenaresse Veerle is een perfecte, gastvrije en gezellige gastvouw. Zij is degene die met veel zorg en oog voor detail vorm heeft gegeven aan de inrichting van de villa. Veel van de inrichting en details uit de 19e eeuw heeft ze intact gelaten, zodat het huis de sfeer van vroeger ademt. Tegelijkertijd zijn de kamers omgetoverd tot ruime, luxe kamers, allemaal verschillend. Zelfs het uitgebreide ontbijt is een lust voor het oog. Met haar uitbundige lach is het ook Veerle die zorgt voor de informele, vrolijke sfeer.
Ja, dat ontbijt. Dat is echt uit de kunst. De shotjes, de glaasjes met zalm, het verse fruit, de uitstekende koffie, de streekkazen en charcuterie, de mini-gebakjes… Met al je lekkers ga je op het terras zitten, onder een parasol. Dan komt ze ook nog vragen of je verse jus blieft en hoe je je eitje wil…. In het weekend sluiten enkele gasten uit Borgloon aan die er speciaal voor komen, wat het extra gezellig maakt. Deze mensen komen om uitgebreid te tafelen met vrienden en beginnen steevast met champagne.
Wat ik ook erg fijn vind: je hebt geen auto nodig. Je kunt hier meteen beginnen met wandelen, na een paar minuten loop je tussen de perenboomgaarden of over het dijkje van de voormalige fruitspoorlijn. En soms langs een wijngaard!











































Alle wijnreizen en wijnexcursies in het voorjaar en begin van de zomer moest ik annuleren en verzetten. Wel herinner ik me de feestelijke dag dat de terrassen weer open gingen: 28 april. Daar zat ik zo ongeveer als eerste op. 
Ook de vier najaarsreizen verliepen uitstekend. Het bijzondere Slovenië (2e keer) was weer heerlijk. We hadden de wijnreis Alto Adige (primeur!) in de Dolomieten, wat een verrassing. De culinaire reis samen met Onno Kleyn in de Provence: dat was smullen – en leren – in mijn vertrouwde Rhônegebied. Als laatste het prachtige, pure Sardinië, een gouwe ouwe.

Wanneer is een wijn een natuurwijn?
Het aantal winkels en importeurs gespecialiseerd in natuurwijnen is groeiende. Omdat de term niet afgebakend is, verkopen deze zaken vooral ‘zo natuurlijk mogelijk gemaakte wijnen’. Op hun websites kun je nog veel meer informatie vinden over natuurwijnen.










